“We moeten echt aan de slag”

Zita Pels is de opvolgster van Elisabeth Post als voorzitter van het Bestuursplatform Noordzeekanaalgebied. Pels is gedeputeerde voor onder meer Zeehavens. Hoe blikt zij terug op het werk van haar voorgangster en wat zijn haar ambities voor de toekomst?

De in Amsterdam Zuidoost woonachtige Zita Pels is slechts 33 jaar oud, maar heeft al een behoorlijke carrière opgebouwd. Ze heeft onder andere bestuurs- en organisatiewetenschap gestudeerd. Ze is commissielid en Statenlid geweest voordat ze lijsttrekker werd bij GroenLinks. Ook heeft ze zich als directeur ingezet voor Kyra Foundation, een stichting die zich richt op sport, zorg en buurtwerk. Momenteel is ze gedeputeerde van de provincie Noord-Holland voor Financiën, Circulaire economie, Zeehavens, Sport en Cultuur en erfgoed.

Verbinder

Pels ziet haar rol als voorzitter Bestuursplatform Noordzeekanaalgebied (NZKG) voornamelijk als verbinder. “Binnen het Noordzeekanaalgebied staan we voor hele grote opgaven als we kijken naar circulair, economie, energietransitie maar ook woningbouw. Die grote uitdagingen kunnen we alleen samen het hoofd bieden”. Als voorzitter wil ze zich graag inzetten voor samenwerking en de helikopterview van het NZKG bewaken. “Je wordt geen bestuurder om stil te zitten”. Elisabeth Post is bijna tien jaar voorzitter geweest van het Bestuursplatform NZKG. “Als het mij gegund is, ga ik dat evenaren. Dat is het mooie van het NZKG in mijn portefeuille: je staat meteen voor uitdagingen. Dat geeft ook de kans om het verschil te maken, omdat je de verbinder kan zijn tussen al die partijen”.

Pels blikt terug op het werk van haar voorgangster Elisabeth Post: “Er is een goede bodem gecreëerd om samen verder aan de slag te gaan”. Vier jaar geleden lag er minder nadruk op het klimaat dan tegenwoordig. om verder te gaan alleen maar groter worden. Inmiddels wordt het steeds duidelijker dat energietransitie en circulaire economie ruimte vragen. “Hierdoor wordt de druk op het gebied groter.  We zullen een integrale afweging moeten gaan maken”.

Visie

Het Bestuursplatform heeft een gezamenlijke visie ontwikkeld over hoe het NZKG er in de toekomst uit zou moeten zien, de Visie Noordzeekanaalgebied 2040. “Wat ik heel mooi vind aan de visie, is dat deze met zoveel verschillende partijen is opgesteld”. Hierdoor is er draagvlak en dat geeft een goede basis om voortgang te boeken. Gezamenlijk gaan de partijen bekijken hoe de nieuwe uitdagingen ingepast kunnen worden in de Visie 2040.

Pels heeft de ambitie om balans te vinden in de verschillende grote uitdagingen. Daarnaast wil ze aan de slag met projecten zoals de energietransitie en circulaire economie. “We hebben de tijd genomen om daar over na te denken, nu moeten we echt aan de slag”. Het Noordzeekanaal kan daarbij een grote rol spelen. Tegelijkertijd zijn bedrijven die hier gevestigd zijn grootverbruiker van energie. “Als we kijken naar aanlanding van wind op zee, zal het Noordzeekanaalgebied een grote rol kunnen spelen bij de energietransitie. Maar we moeten ook met de bedrijven gaan kijken naar de vraag hoe energie kan worden bespaard”. Daarbij is het belangrijk dat bedrijven de mogelijkheden gaan onderzoeken van circulaire economie.

Kans

“We kunnen voorop lopen in circulaire economie. Ook omdat in dit gebied de grootste uitdagingen liggen als we bijvoorbeeld kijken naar de industrie”. Circulaire economie is een kans voor deze regio. “We gaan bedrijven hier naartoe trekken die daarbij kunnen helpen”. De kennis die er nu ligt en de mogelijkheden die geboden worden helpen daarbij. Het is bijna niet mogelijk om prioriteit te geven aan één bepaald project. “Daarmee kunnen nieuwe problemen juist worden veroorzaakt. Alle projecten moeten in samenhang worden bekeken”.

Pels wil bedrijven, gemeenten en bewoners betrekken om de kansen die er liggen aan te pakken. “Ik wil graag samen naar oplossingen gaan kijken”. Dit gaat zij doen door het gebied te leren kennen en te luisteren naar wat er speelt. “Er is al een visie en de komende vier jaar gaan we uitvoeren.  Ik wil ervoor zorgen dat we samen de uitdagingen het hoofd kunnen gaan bieden”.