CLUSTER ENERGIE STRATEGIE EN PROGRAMMERING

In het NZKG streven de bedrijven naar een CO2-reductie van 45-55 procent in 2030 en naar 95 procent in 2050. In de CES hebben bedrijven aangegeven op welke wijze ze deze doelen willen bereiken en wat daarvoor nodig is. Een belangrijke randvoorwaarde om CO2-reductie te realiseren, is tijdige beschikbaarheid van energie-infrastructuur. De CES is hierbij een belangrijk instrument. Hierin wordt de ontwikkeling van vraag en aanbod van energie als gevolg van verduurzaming van de industrie in beeld gebracht en is geïnventariseerd welke energie-infrastructuur nodig is om dat te faciliteren. De CES beschrijft zo de regionale verduurzamingsambities en op welke wijze daar gezamenlijk aan wordt gewerkt.

Elk van de Nederlandse industrieclusters heeft een CES gemaakt, welke samen input zijn voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Met dit programma voert het Rijk regie op de versnelling van energie-infrastructuurprojecten van nationaal belang. Dit zijn projecten die meer dan één regio dienen, urgent en complex zijn in de uitvoering en een belangrijke rol spelen bij het reduceren van CO2. De CES wordt periodiek geactualiseerd om te kunnen bijsturen aan de hand van de laatste ontwikkelingen.

In de CES 1.0 NZKG (september 2021) zijn twee projecten van nationaal belang opgenomen: verzwaring van het elektriciteitsnet (acht deelprojecten) en de aanleg van de Regional Integrated Backbone NZKG voor waterstof met aansluiting op de landelijke waterstofbackbone. In het NZKG zijn ook vijf projecten van regionaal belang in de CES 1.0 NZKG opgenomen: een stoomnet in de haven van Amsterdam, een warmtenet in de IJmond, lokale waterstofinfrastructuur in Zaanstad en in de haven van Amsterdam en verzwaring van het regionale elektriciteitsnet.

De CES NZKG is begin 2022 geactualiseerd vanwege de in 2021 aangekondigde koerswijziging van Tata Steel. Alle projecten die in de CES zijn benoemd, worden onder het UVP ET NZKG in samenwerking met betrokken bedrijven, netbeheerders, de provincie en gemeenten uitgewerkt. Het komende jaar moet duidelijk worden wat de milieu-ruimtelijke impact van de projecten is en hoe dit op een zorgvuldige manier kan worden ingepast.

De CES zal periodiek geüpdatet worden. In het najaar vindt een (beperkte) update plaats. Er kunnen dit jaar weer nieuwe projecten worden ingediend voor het MIEK. Ook krijgt het regionale programma verder vorm. De CES is gebaseerd op de transitiepaden die bedrijven hebben geformuleerd, zoals het overstappen van kolen naar waterstof of van aardgas naar electriciteit. Een overzicht van de gezamenlijke transitiepaden van het bedrijfsleven en welke projecten en investeringen daarvoor gerealiseerd moeten worden, wordt vormgegeven in het dashboard Energietransitie NZKG. Dit is in het derde kwartaal van 2022 beschikbaar en aan te passen als er veranderingen zijn.

Daarnaast wordt er een programmering en planning gemaakt voor de projecten die nodig zijn om de energietransitie te realiseren. Denk hierbij aan projecten rondom energie-infrastructuur, maar ook die vraag en aanbod van duurzame energie mogelijk moeten maken in het NZKG. Op deze manier wordt het duidelijk welke concrete projecten er gerealiseerd moeten worden, welke stappen daarvoor gezet moeten worden en wie daarvoor welke besluiten moet nemen. De programmering is in het tweede kwartaal van 2022 beschikbaar.

TRANSITIEPAD ALBEMARLE

Chemiefabriek Albemarle is gevestigd in Amstedam. Het produceert katalysatoren voor chemiebedrijven en raffinaderijen. Katalysatoren zijn onmisbare hulpstoffen in de chemie en nodig voor de productie van vele alledaagse producten. Met behulp van de katalysatoren van Albemarle kunnen nieuwe generaties op efficiënte wijze brandstoffen produceren. Voor haar productieprocessen is Albemarle afhankelijk van elektriciteit (10 procent van de huidige totale energieconsumptie) en aardgas (90 procent van de huidige totale energieconsumptie). In het verduurzamingsproces richt Albemarle zich op het toenemend hergebruik van restwarmte, elektrificatie en de introductie van nieuwe droog- en scheidingstechnologieën. Albemarle verkent bovendien de mogelijkheden van het leveren van restwarmte in de vorm van warm water aan het nieuw te bouwen Hamerkwartier. Vanaf 2030 wil Albemarle haar aardgasverbruik gaan vervangen door waterstof, met aandacht voor de mogelijkheden van aanvullende elektrificatie. Om deze verduurzamingsplannen te realiseren, is voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet en een aansluiting op infrastructuur voor waterstof essentieel.

TRANSITIEPAD TATE & LYLE

In de fabriek van Tate & Lyle, al meer dan 150 jaar gevestigd in Koog aan de Zaan, worden van mais allerlei zetmeelproducten gemaakt voor zowel de voedingsmiddelenindustrie als voor bijvoorbeeld de papierindustrie. Via warmte-krachtkoppeling (WWK) wekt Tate & Lyle zelf stoom en elektriciteit op voor haar productieprocessen, met behulp van aardgas. Om de CO2-uitstoot te reduceren, worden verschillende strategieën verkend. Een deel van de processen kan geëlektrificeerd worden, door groene elektriciteit in te kopen en de WKK’s uit te faseren. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheid om restwarmte te leveren aan de buurt. Een scenario voor de langere termijn is om in plaats van aardgas, waterstof te gebruiken voor stoomopwekking. Dit wordt op zijn vroegst in 2030 voorzien. De businesscase voor waterstof wordt interessant naarmate meer partijen in de regio de overstap willen maken.